FIV, en dan?
Weetjes
LET OP! Start, stop of combineer nooit medicatie zonder overleg met je dierenarts!
Controle
Het is verstandig om Uw FIV-kat minimaal 1x per jaar even na te laten kijken door de dierenarts.
Naast alle normale dingen zoals het controleren van hart, longen, buik, gebit, oren e.d. is het
ook verstandig om even bloed te laten prikken. Vraag je dierenarts te kijken naar de rode en witte
bloedcellen, als deze waarden nog netjes binnen de normaalwaarden vallen dan heeft de FIV nog niet
zoveel terrein gewonnen. Het zegt natuurlijk niet alles maar het is een goede graadmeter. Als je het
idee hebt dat de kat meer drinkt of slechter eet, bespreek dit dan ook en vraag of de dierenarts
meteen de nierfunktie na wil kijken. FIV-katten zijn namelijk nog gevoeliger voor nierfalen dan gezonde
katten.
Tanden
Bij FIV-katten is het verstandig het gebit jaarlijks goed na te laten kijken en in een zo goed mogelijke conditie
te houden door tijdig in te grijpen bij problemen. Vaak worden bij FIV-katten glazuurdefecten (FORL) gezien welke
uiteindelijk weer gaatjes kunnen veroorzaken. De aangetaste kiezen zullen altijd verwijderd worden daar vullen
niet mogelijk is. De dierenarts kan er voor kiezen om, na het trekken, interferon in het ontstoken tandvlees (leasies)
te spuiten om te ontstekingen zo goed mogelijk te bestrijden.
Inentingen
Momenteel wordt er op 2 verschillende manieren omgegaan met het wel of niet enten van een FIVkat.
1. Het amerikaanse protocol :
Volgens het amerikaanse protocol is het niet wenselijk een FIVkat jaarlijks te enten met een levend vaccin. De enting zou
een crisis kunnen bewerkstelligen. Het advies wat ik kreeg was om, als ik nog wilde enten,
1x per 3 jaar te enten met dood vaccin.
2. Het europese protocol :
Volgens het europese protocol wordt wel aangeraden om gewoon te enten zolang de kat in goede gezondheid is. Op
het moment dat de kat echter duidelijke klachten gaat vertonen van een verminderde weerstand is het aangeraden te stoppen met enten.
Weerstand
Bij een FIV-kat is het belangrijk om de weerstand zo hoog mogelijk te houden. Daar kun je
zelf op een simpele manier aan meewerken door er voor te zorgen dat de kat goed voer krijgt,
goed ontwormd en ontvlooid is en zo min mogelijk wordt blootgesteld aan stress.
Testen
De SNAP-test en de Elisatest zijn de meest gebruikelijke testen voor FIV. Daarnaast is er ook
nog de zogenaamde PCR-test, dit is een test waarbij gezocht wordt naar het DNA van het virus in
het bloed van de kat. Helaas zijn deze testen geen van allen 100% betrouwbaar, daarom is het
verstandig om bij een positieve sneltest een 2e andersoortige test te laten doen. Bij een negatieve uitslag
is de kans dat de kat toch FIV heeft nihil, maar bij "risicokatten" (vechtende katten, kittens van
besmette moeder) is het verstandig om toch nog een 2e andersoortige test te laten doen. In Utrecht wordt
tegenwoordig ook de Western Blottest gedaan. De Western Blottest wordt geacht de meest betrouwbare test te zijn, in principe geeft
deze test 100% zekerheid (enkele uitzonderingen daargelaten).
Schimmel
FIVkatten zijn door hun verminderde weerstand gevoeliger voor schimmelinfecties van de huid dan andere gezonde katten.
Mocht je FIVkat een schimmelinfectie oplopen dan is het niet verstandig hem Griseofulvine te geven, dit middel zou
namelijk neutropenie of leukopenie kunnen veroorzaken. Beter kun je een middel kiezen met Itraconazol zoals Trisporal
of Sporanox, deze middelen zijn een stuk veiliger.
Prednison
Een FIVkat mag in principe nooit Prednison krijgen! Prednison gaat namelijk ook de eigen weerstand te lijf, iets wat
een FIVkat helemaal niet kan gebruiken. Er blijven uiteraard situaties waarin de kat wel Prednison moet krijgen maar
probeer altijd het gebruik tot een minimum te beperken. Stop nooit zomaar met prednison als je kat het al krijgt, Prednison moet
namelijk afgebouwd worden, raadpleeg hiervoor altijd je dierenarts!
Verschillende typen aids
Er is vastgesteld dat er inmiddels 5 verschillende typen kattenaids zijn, te weten A, B, C, D, E. In Amerika komen met name de typen A en
B voor. Door deze 5 verschillende typen is het vreselijk moeilijk, zo niet onmogelijk een vaccin te maken wat echt beschermt tegen
kattenaids. Ook is het bekend dat de ene type agressiever is dan de andere, dit kan wellicht verklaren waarom sommige katten met aids
nog jaren leven zonder symptomen en anderen al vrij snel klachten gaan krijgen.